Adres :
Ransfortstraat 27 Sint-Jans-Molenbeek
Partenaire :
Deze boom is toegevoegd aan de Wood Wide Web atlas door La Fonderie

Identiteit

Latijn :
Betula pendula
Namm FR :
Bouleau verruqueux
Naam NL :
Ruwe berk
Naam EN :
Common silver birch
Familie :
Betulaceae
Beoogde hoogte :
Deze soort kan 15-30 m hoog worden
Verwachte omtrek :
Verwachte levensduur :
Kan tussen 100 en 200 jaar oud worden
Oorsprong/Afkomst :
Europa, Klein-Azië
Voorkeursbodem :
Alle bodemtypes, luchtig, niet aangedrukt
Voorkeursklimaat :
Gematigd, kan goed om met (houdt van) grote koude
Geïllustreerde botanische © Wikimedia Commons

Kenmerken/Karakter van het bekende boom

Met de berk…aan ’t werk…in La Fonderie

Een goed idee om de berk voor te stellen in Het Brussels Museum voor Arbeid en Industrie. Een berk, dat rijmt met werk!

Deze majestueuze boom is nochtans nog vrij jong: amper dertig jaar. Als de bronsfabriek Compagnie des Bronzes in 1977 de deuren sluit wordt het gehele pand verwaarloosd achtergelaten. De gebouwen worden teruggekocht door de Franse Gemeenschap in 1985. Sommige gedeelten worden om veiligheidsredenen afgebroken. Sterke planten, zoals de berken, hebben heel natuurlijk hun plaats opgeëist in deze ruimte. Die bomen passen zich bijzonder goed aan op de eerder zure en vervuilde bodem van de vroegere kunstsmederij.

Een stad produceert, verwerkt en verdeelt voor een groot deel de goederen die ze nodig heeft, en Brussel maakt hierop geen uitzondering. In de industriële opbouw van de hoofdstad heeft hout altijd een belangrijke plaats ingenomen: het is een essentieel element voor de inrichting van een stad, en hout vindt men overal, zowel in de bouw als voor de inrichting of de meubilering van onze huizen. Om nog te zwijgen van de afgeleide producten die vandaag veelvuldig gebruikt worden in onze gebouwen: gerecycleerde panelen, OSB platen, multiplex,…

Er zijn dan ook talrijke en uiteenlopende beroepen die nauw verwant zijn met hout: van schrijnwerker tot meubelmaker, van timmerman tot wagenmaker, kuiper, van klompenmaker tot instrumentenbouwer, houthakker, zager…een lange lijst. Ons museum heeft de handen vol met het documenteren van het werk van de meubelmaker, die meubelen en bewerkte panelen vervaardigt, de parketlegger, die vloerbekleding maakt die is samengesteld uit strookjes hout, of de timmerman die structuren in elkaar steekt voor de bouw: trappen, gebinten,…om nog te zwijgen over de instrumentenbouwers, die een eeuw geleden in Brussel zeer talrijk aanwezig waren. Veel van die beroepen hadden te maken met activiteiten van het dagelijks leven die vandaag verdwenen zijn, denken we maar aan de klompenmaker, de kuiper en de wagenmaker. Ze blijven leven in onze herinnering.

Een vorming op het vlak van houtbewerking is altijd een interessante basis geweest om andere vakbekwaamheden te ontwikkelen. Denken we maar aan Louis De Waele, een parketlegger, die later aannemer is geworden. Architecten van de jugendstil waren schrijnwerkers, zoals Benjamin de Lestré of Georges Dhaeyer. In de jaren 1890 opende Georges Hobé een bekend schrijnwerkersatelier dat zich specialiseerde in het bouwen van Art Nouveau meubelen. In 1897 werd hij belast met de inrichting van de koloniale tentoonstelling en Tervuren.

In de loop der jaren zijn veel van die houtbewerkingen gemechaniseerd, maar vandaag zijn die nog altijd gebaseerd op eeuwenoude principes. Het gereedschap en de werktuigen van de houtbewerker kunnen in vier groepen worden onderverdeeld: deze die uitzetten (de meetlat of de winkelhaak), die effenen (de schaaf), die uithollen (de beitel of de guts) en die in stukken verdelen (de zaag). De houtbewerkingsmachines herhalen gewoonweg de gebaren van vroeger. Maar het handgereedschap blijft nog altijd essentieel.

De vraag naar hout in Brussel ging voortdurend in stijgende lijn, parallel met de demografische groei. Op tweehonderd jaar tijd is de bevolking er toegenomen van 100.000 inwoners naar ongeveer 1.200.000 vandaag. Het aantal ateliers bleef groeien. In 1986 telden men 36 mechanische schrijnwerkerijen en 813 ateliers. De grote meerderheid is kleinschalig en stelt gemiddeld drie personen te werk, maar bij anderen was er veel meer personeel aanwezig zoals bij Van Keerbergen in Sint-Gillis, de fabrikant van schuiframen Gets in Vorst, of de indrukwekkende fabrieken van De Waele in Molenbeek, die in 1889 werden gebouwd naar plannen van Hendrik Beyaert, aan de Leopold II laan. In 1969 waren er 55 ondernemingen ingeschreven in de regio, met in totaal 6000 werknemers. Sedertdien heeft de sector de algemene curve van de desindustrialisering gevolgd. In 2011 zijn er nog maar 900 houtbewerkers in Brussel, maar het aantal mensen dat voor dit materiaal geïnteresseerd is, stijgt voortdurend.

Er blijft werk voor de berk!

De fabrieken Louis de Waele, 1900 - (Inzameling La Fonderie)
Luthier Jassogne, Vossenstraat, Brussel, 1994 - (Photo La Fonderie)
Houtzagerij René Watteau, Delaunoy straat, Molenbeek, 1998 - ( Photo La Fonderie)